Acht werknemers behouden baan; habe nichts-verweer afgewezen

0

Als een noodlijdende bedrijf in afgeslankte vorm wel verkocht kan worden en faillissement daarmee voorkomen wordt, blijft het de plicht van de werkgever om zorgvuldig om te gaan met de werknemers. De rechter zag in deze zaak vele redenen om alle acht ontbindingsverzoeken af te wijzen.

De situatie

Een bedrijf dat deel uit maakt van een groep in de autobranche wil, vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, de arbeidsovereenkomsten met acht werknemers ontbinden. Een ander bedrijf is bereid de activa van het noodlijdende bedrijf overnemen als deze acht mensen worden ontslagen. Volgens het bedrijf zou door de overname faillissement van de hele groep kunnen worden voorkomen. Over de overname wordt in 2011 overeenstemming bereikt. Een voorwaarde is wel dat acht van de dertien werknemers het veld moeten ruimen.

Het verzoek

De werkgever verzoekt de kantonrechter om ontbinding – zonder vergoeding – van de acht overeenkomsten om de groep van ondernemingen te redden. De overname van activa door de koper is het laatste redmiddel. Het belang van de crediteuren wordt zo gediend. Er blijven met de overname in ieder geval nog vijf arbeidsplaats behouden.

Het verweer van de werknemers

De acht werknemers, met functies van monteur tot administrateur, verweren zich tegen hun werkgever. De werkgever omzeilt volgens hen de weg van het UWV, de Wet melding collectief ontslag zou van toepassing zijn omdat de onderneming meer dan twintig werknemers heeft, en uit de cao  volgt in dit geval de vakbonden moeten worden ingeschakeld. Dat is allemaal niet gebeurd. De werknemers beroepen zich ook op het opzegverbod in verband met de overgang van onderneming. Daarnaast vinden zij dat de werkgever de ernstige financiële problemen niet voldoende heeft onderbouwd en willen daarom een vergoeding als toch tot ontbinding wordt overgegaan. Ook nemen zij het de werkgever kwalijk dat die geen enkele poging tot herplaatsing heeft gedaan.

Het oordeel

De belangenafweging valt uit in het voordeel van de werknemers: de kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever af. De werknemers behouden hun baan omdat, hoewel het aannemelijk en voorstelbaar is dat het bedrijf het zwaar heeft en haar schuldenaren wil voldoen, niet zorgvuldig gehandeld is. Het afspiegelingsbeginsel is niet toegepast. Ook speelt het opzegverbod wegens de overgang van onderneming een rol, zo oordeelt de kantonrechter over het voornemen van de werkgever de boel te verkopen. Uit de beleidsregels van het UWV en de Europese Richtlijnen 2001/23/EG volgt dat inkrimpen niet mag om het bedrijf ‘beter verkoopbaar te maken’.
Als er geen opzegtermijn in acht wordt genomen en geen vergoeding wordt toegekend bij ontslagen, moet er zeker zorgvuldig gehandeld worden door de werkgever.
Ook moet bij een dergelijke ontbinding een helder inzicht te worden gegeven in de feitelijke financiële situatie. Nu zijn slechts de geconsolideerde jaarrekeningen aangevoerd. De accountant heeft nog niet zijn akkoord voor die jaarrekening van 2009 gegeven en uit de voorlopige resultatenrekening van februari 2011 blijkt dat de liquide middelen (bijna 2,8 miljoen euro) de schuld aan bank ver overtreft. Er zijn ook aanwijzingen dat er middelen zijn voor een vergoeding. De werkgever kan zich niet verschuilen achter de ‘habe-nichts’-stelling, aldus de rechter.

LJN BQ2226
Kantonrechter Winschoten
Ontbinding
Eerste aanleg
30 maart 2011

Door mr. Ingrid Kooijman  

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.