76-jarige werkneemster verliest baan

3

Een oudere werkneemster wordt ontslagen omdat de arbeidsrelatie teveel is verstoord. Het verlies van werk voor een 76-jarige werkneemster is natuurlijk ernstig, overweegt de rechter, maar vergeleken met andere 76-jarigen verkeert ze al in een bijzondere positie omdat ze zo lang heeft kunnen doorwerken.

De situatie

Een 76-jarige werkneemster werkt sinds 2000 eerst als oproepkracht en vanaf  2010 twee dagen per week in vaste dienst als besteller bij Selektvracht. In 2008 zijn er een aantal aanvaringen tussen haar en haar leidinggevende, de depothouder.
Begin 2010 voert de nieuwe depothouder een gesprek haar. Daarin wordt afgesproken dat de werkneemster haar werk beter zal uitvoeren, ze collegiaal zal zijn en dat ze zal letten op haar gedrag en communicatie.
Op 20 januari 2011 vindt een incident plaats tussen de echtgenote van de depothouder en de werkneemster; de laatste doet aangifte van mishandeling. Een paar dagen na het incident wordt de werkneemster op non-actief gesteld.
Op 14 februari voert de HR-manager nog een gesprek met de werkneemster. In een brief van een paar dagen later bevestigt het bedrijf het voornemen om een ontbindingsverzoek te doen bij de kantonrechter. Het bedrijf ziet geen heil meer in het voortzetten van de arbeidsrelatie. 

Het verzoek

De werkgever vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding. De werkneemster is in de loop der tijd steeds slechter gaan functioneren en ze was steeds niet erg bereid instructies en aanwijzingen van de depothouder op te volgen. Door haar gebrek aan zelfkritiek en haar conflictueuze aard in samenhang met het incident op 20 januari is het vertrouwen in de werkneemster volledig verdwenen.

Het verweer

De werkneemster vindt dat er niets aan te merken is op haar werkprestaties. Ze zegt alle klachten die er over haar zijn te kunnen weerleggen. Er heeft nooit een officieel functioneringsgesprek plaatsgevonden en ook stelt ze dat er geen afspraken zijn gemaakt. Zij wijst naar de depothouder: zijn houding jegens haar heeft de conflicten veroorzaakt.
De werkneemster is erg aan haar werk gehecht. Het werk is een goede daginvulling en het loon een welkome aanvulling van haar inkomen. Ze kan best blijven werken omdat ze een solitaire functie heeft. Als de overeenkomst toch wordt ontbonden, eist zij een schadevergoeding van € 73.154. Dit bedrag van vijf jaarsalarissen is redelijk omdat de werkgever de ontstane situatie ernstig valt te verwijten.

Het oordeel

De kantonrechter erkent dat de professionele relatie tussen de werkneemster en de werkgever is verstoord. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden. De werkneemster krijgt een vergoeding van € 2.500 mee ter compensatie van de plotselinge inkomensachteruitgang. De kantonrechter onderzoek niet wie nu precies de veroorzaker is van de situatie. De partijen wijzen steeds met de vinger naar elkaar en de rechter vindt het voldoende aannemelijk dat de fricties op de werkvloer een goede samenwerking in de weg staan.

Belang werknemer vs werkgever

De rechter begrijpt dat de werkneemster opziet tegen het verlies van haar werk maar dat is geen reden om de arbeidsrelatie voort te zetten. Ze verkeert al in een bijzondere positie ten opzicht van haar leeftijdsgenoten. Ook de solitaire aard van de werkzaamheden is geen reden voor voortzetting: ze zou toch dagelijks contact moeten hebben met de depothouder.

LJN BQ0922
Kantonrechter Haarlem
Ontbinding arbeidscontract
Eerste aanleg
30 maart 2011

Door mr. Ingrid Kooijman

Lees meer over:

Over Auteur

De redactie van XpertHR Actueel zorgt er gezamenlijk voor dat u op de hoogte blijft van het laatste P&O-nieuws, de ontwikkelingen in het vakgebied en relevante jurisprudentie.

3 reacties

  1. Edwin Smook op

    Met alle berichtgeving omtrent het verbod op discriminatie op basis van (o.a.) de leeftijd, vind ik het vreemd dat een rechter verwijst naar de “bijzondere positie ten opzichte van haar leeftijdsgenoten”. Blijkbaar doet haar leeftijd er dan opeens wel toe. Mijns inziens had de rechter moeten kijken naar ieders aandeel in de slechte arbeidsrelatie en naar de positie op de arbeidsmarkt van werknemer. Op basis daarvan zou dan een ontslagvergoeding bepaald moeten worden.

  2. Dit is dan een nieuwe vorm van discriminatie en nu dus vastgelegd in een jurisprudentie van deze rechter.
    Eigenlijk zou hier door de staat een proces over opgestart moeten worden, maar zolang niemand in Nederland zich druk maakt over al die ouderen, die nu nog langer zouden moeten werken opgelegd door diezelfde staat en negens na hun 55 jaar nog aan de bak kunnen komen. Het geeft aan dat we in dit land zijn doorgedraaid, promoten dat we tot onze dood moeten doorwerken en daarna geen enkele zorg, recht of rechtsbesef bij de rechters voor dit streven.
    Ons land zou een democratie zijn, maar dat begrip is toch de laatste jaren erg aan het verminderen. Ok? het leger loopt niet door de straten (kan ook niet door de bezuinigingen), maar de rechters laten goed zien dat er geen democratisch recht is in ons land.
    Op zijn minst fatsoenlijk uitzoeken wat er in de situatie aan de hand is, wie er schuld heeft en je als rechter niet ermee afmaken met te zeggen, mevrouw loopt toch al in een uitkeringssituatie de AOW.

  3. Jan-Marten de Vries op

    Mevrouw, werkneemster in kwestie had reeds eerder (in 2008 al) een aanvaring gehad met de toenmalige depothouder (een ander personage), nu wederom.
    Werkneemster heeft bevestigd sociaal / collegiaal beperkt te zijn aangezien zij aandraagt dat ontslag niet nodig is omdat het solitair werk zou betreffen, niets blijkt minder waar t.o.v. de depothouder.
    De rechter spreekt mijnsinziens recht t.o.v. bovenstaande het niet noodzakelijk te achten een diepgaand onderzoek te gelasten, tevens valt het niet te ontkennen dat men in dit land gelukkig (nu nog) met 66 jarige leeftijd een AOW uitkering mag genieten.
    Het lijkt in strijd te zijn met Overheid’s houding t.o.v. langer door werken en leeftijds discriminatie doch blijft de basis van de uitspraak gebaseerd op de verstoorde arbeidsverhouding en de bevestiging van werkneemster zoals bovenstaand vermeldt.
    Blijft over dat men kan stellen in dit verband, let wel “kan” stellen, dat leeftijds discriminatie slechts van toepassing geacht kan worden binnen de door Overheid gestelde leeftijdsgrens voor werkzame personen, m.a.w. tot aan de AOW gerechtigde leeftijd mag men niemand een baan weigeren puur op basis van leeftijd.
    In de praktijk is dit tevens een gunst omdat werkgever en werknemer ook niet langer gedwongen worden werkzaam te zijn zodra de AOW periode is aangebroken, dat is veel waard daar niet iedereen in de gezonde situatie mag verkeren dit te kunnen…maar dat ter zijde.
    Wat betreft de hoogte van de vergoeding, deze is wellicht laag maar rechters beoordelen/vonnissen tevens op basis van gevolgen/impact voor “slachtoffer’s” (gemiddelde) levensverwachtingen, m.a.w. men acht de impact (periode lengte waarover de impact draagt) van een ouder iemand aanzienlijk korter dan van een jonger persoon waardoor per saldo een lagere vergoeding respectabel wordt geacht.
    Wat vreemd is in deze uitspraak is dat men niet in gaat op de vermeende mishandeling, wellicht omdat dit een andere rechtsvorm (andere wets artikelen) betreft dan het hier gehanteerde.