Vier uur per dag extra reistijd geen reden voor ontslagvergoeding

0

Een werkneemster die na een bedrijfsovername opeens bijna vier uur per dag extra moet reizen, krijgt geen ontslagvergoeding bij de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst.

Het bedrijf waar een werkneemster al bijna 15 jaar in dienst is, wordt medio 2014 overgenomen door een ander bedrijf. Na de overname krijgt de werkneemster een andere standplaats. Die ligt op een uur reistijd met de auto van haar huis  als het verkeer meezit. Voor de standplaatswijziging was ze met tien minuten fietsen op haar werk.

Omdat ze niet goed op snelwegen durft te rijden, zal ze met het openbaar vervoer moeten gaan reizen. Dan kost een enkele reis haar ongeveer twee uur, met diverse malen overstappen van bus naar trein en vice versa. Sinds eind oktober 2014 doet ze dat maar daarbij neemt ze dagelijks twee uur verlof op zodat ze om 15.00 uur, voor de spits, kan vertrekken. Ze vindt dat dit niet vol te houden is en stapt naar de rechter om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst te vragen, tegen een ontslagvergoeding van C=1,25.

Bij de rechter

De werkneemster vraagt om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst omdat ze vindt dat ze door de bedrijfsovername onredelijk is benadeeld. Ze vraagt daarbij om een ontslagvergoeding op basis van C=1,25.
De werkgever ziet van zijn kant helemaal geen belemmering voor het voortzetten van de arbeidsrelatie. De werkneemster is van harte welkom; ze hebben haar nodig, zegt de werkgever. Ze kan gebruikmaken van flexibele werktijden om de spits te mijden en de werkgever heeft aangeboden om samen met haar naar alternatieven te zoeken.

De rechter start met het uitleggen van het uitgangspunt in deze situatie: als door een overgang van onderneming de omstandigheden zo ten nadele van de werknemer zijn gewijzigd dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, komt dat voor rekening van de werkgever. De werkgever zou in dat geval een redelijke ontslagvergoeding moeten betalen.

Situatie niet ten nadele van de werknemer veranderd

De rechter vindt een reistijd van een uur enkele reis zonder meer acceptabel. Over de reistijd per openbaar vervoer oordeelt de rechter dat die ook niet zo lang is dat dat niet van de werkneemster gevergd zou mogen worden. De rechter geeft nog wel aan dat dat anders zijn als ze vanwege haar thuissituatie niet zo lang van huis zou kunnen zijn.

De rechter stipt nog aan dat als de werkneemster werkloos zou worden, het UWV een baan met een reistijd van twee uur enkele reis ook als passend zou zien. Die zou ze dan ook moeten accepteren.

De belemmering is subjectief volgens de rechter

De rechter beoordeelt de belemmering die de werkneemster ervaart als subjectief. Ze heeft niet uitgelegd of onderbouwd waarom ze niet durft te rijden. Het is niet duidelijk of daar bijvoorbeeld een medische oorzaak voor is.

Inzet voor oplossing van beide kanten

De werkgever heeft  volgens de kantonrechter  geen onredelijke eisen gesteld aan de werkneemster. Een zekere welwillendheid om de werkzaamheden naar wens van de werkgever uit te voeren wordt van werknemers in het algemeen verwacht, oordeelt de rechter. Toch is de werkgever in gesprek gegaan om een oplossing te zoeken. De werkneemster heeft daarentegen nergens laten blijken dat ze actie wil ondernemen om de door haar ervaren barrière te beslechten.
Omdat de werkgever voor de gang naar de rechter heeft aangegeven wel te willen meewerken aan een beëindigingstraject waarbij rekening gehouden zou worden met de fictieve opzegtermijn, ziet de rechter daarin een reden om de werkneemster bij de ontbinding een vergoeding toe te kennen van drie maandsalarissen.

Werkneemster kan nog terug

Omdat de toegekende vergoeding lager is dan wat de werkneemster had gevraagd, mag ze het ontbindingsverzoek alsnog intrekken. Als ze daar geen gebruik van maakt, eindigt de arbeidsovereenkomst volgens de uitspraak van de rechter op 1 januari 2015.

Gegevens rechtszaak:
ECLI:NL:RBMNE:2014:6934. Datum uitspraak: 19 december 2014

Lees meer over:

Over Auteur

Mr. Ingrid Kooijman is auteur bij XpertHR. Voor XpertHR Actueel houdt ze de jurisprudentie scherp in de gaten. Ze schrijft over arbeidsrecht, HRM en projectmanagement.